Laat me duidelijk zijn. Ik ben de laatste die ontkent dat informatietechnologie in combinatie met de tijdgeest tot grote veranderingen leidt in de manier waarop wij werken. Ik heb echter moeite met de nieuwshype die rondom Het Nieuwe Werken (HNW) lijkt te ontstaat. HNW bestaat namelijk al veel langer. Het is geen revolutie, maar een evolutie.
Ik wil dat onderbouwen met een praktijkvoorbeeld uit de glastuinbouw. De glastuinbouw levert een van de grootste bijdrage aan ons nationaal handelsoverschot en is daarmee heel belangrijk voor de Nederlandse economie. Paradoxaal is dat de sector in de publieke opinie onderschat wordt en kampt met een oubollig imago. Onterecht. Al eind jaren negentig initieerde de Aalsmeerse bloemenveiling (het tegenwoordige FloraHolland) een aantal projecten dat aan alle elementen van het HNW voldoet.
De projecten vonden hun oorsprong in de noodzaak om de keten van teler naar consument korter en efficiënter te maken. Gekozen werd om de fysieke stroom producten en de fysieke plaats van transactievorming (de traditionele veilingklok) van elkaar te ontkoppelen. Het directe gevolg daarvan was dat medewerkers in staat werden gesteld om plaats- en in sommige gevallen ook tijdonafhankelijk hun werk te doen.
Het belangrijkste project droeg de naam ‘Kopen op afstand’ (KOA). Na de implementatie ervan is het net zo makkelijk geworden om in Tokio bloemen en planten op de Aalsmeerse veilingklok in te kopen als op de Aalsmeerse veilingtribunes zelf.
De implementatie van KOA kenmerkte zich – evenals de anno 2010 aangehaalde voorbeelden van HNW - door de inzet van nieuwe technologie en communicatiemiddelen, aanpassingen van werkplekken en arbeidsvoorwaarden, training van betrokken medewerkers en een noodzakelijke verandering van mentaliteit en cultuur.
Een ander belangrijk kenmerk was de verbinding met de markt (kwekers en exporteurs), iets wat ik in veel publicaties en voorbeelden over HNW node mis. Het project werd geïnitieerd vanuit een netwerkgedachte, waarbij optimalisering van een bedrijfsketen als gezamenlijk doel omarmd werd. Slimmer werken vanuit een breder perspectief gezien.
Toegegeven, in dit voorbeeld is plaats- en tijdonafhankelijk werken een direct gevolg van een strategische marktkeuze en niet van het urgentiebesef dat de behoeften van werkend Nederland veranderen. Diskwalificeert deze conclusie dit voorbeeld dan? Dat lijkt mij niet.
Ik kan me namelijk niet aan de indruk onttrekken dat een mens- en maatschappijvisie de kapstok is waaraan bedrijven anno 2010 HNW ophangen, maar dat andere argumenten – zoals kostenbesparing – doorslaggevend zijn in de keuze ervoor. Bas van den Haterd bevestigde dit bij zijn boekpresentatie op 13 april jl. : “Er zijn veel verschillende redenen waarom bedrijven overstappen op HNW.”
Wat bedrijven niet mogen vergeten is dat HNW geen doel op zich is, maar slechts een middel. Succesvolle bedrijven onderscheiden zich nog steeds – net als vroeger - door een kristalheldere visie en een daarbij passende, consistente manier van opereren, zowel functioneel (diensten, activiteiten) als expressief (identiteit, cultuur, normen en waarden).
Dat plaats- en tijdonafhankelijk werken daarin prima kan passen, hebben veel bedrijven de afgelopen decennia in een grote verscheidenheid aan verschijningsvormen bewezen. Ik stel daarom voor om HNW vanaf vandaag te herdopen tot ‘plaats – en tijdonafhankelijk’ werken. Klinkt misschien niet zo fancy, maar geeft wel precies weer waar het in de kern om draait.
Deel 1 uit deze serie.
Annemieke de Man is professioneel tekstschrijver. Naast het begaafd weergeven van interviews in de vorm van themareeksen op onder meer dit weblog schrijft zij in opdracht (auto-)biografieën en bedrijfsportretten. Daarnaast schrijft zij met enige regelmaat opinieartikelen waar wij haar met genoegen het podium voor bieden.
