De gemoederen lopen hoog op bij de discussie over de verhoging van de AOW-leeftijd. Zelfs ons oude vertrouwde poldermodel laat het afweten. Werknemers en werkgevers komen er na maandenlange discussies in de SER niet uit. Ze staan nog steeds lijnrecht tegenover elkaar en nu is de regering dus aan zet. Hoe komt het toch dat die discussie zo hoog oplaait? Verhoging van de pensioenleeftijd lijkt op het eerste gezicht namelijk het ei van Columbus.
Waarom de weerstand?
De AOW wordt door de vergrijzing onbetaalbaar omdat steeds meer pensioenen door steeds minder werkenden moeten worden opgebracht. Door langer doorwerken wordt enerzijds de schatkist gespekt via stijgende belastinginkomsten, terwijl er anderzijds minder aanspraak op de pensioenvoorzieningen wordt gemaakt. Meer inkomsten, minder uitgaven, en iedereen houdt recht op een fatsoenlijk pensioen. Vanwaar dan toch zoveel weerstand tegen deze maatregel?
In de eerste plaats tast het verhogen van de pensioenleeftijd het fundamentele vooruitgangsgeloof aan. We zijn het met zijn allen vanzelfsprekend gaan vinden dat we het steeds beter krijgen: meer vrije tijd, meer consumptie, meer loon. Kortom, meer welvaart voor iedere volgende generatie. En nu dreigt er dus een lelijke kink in deze kabel te komen. De huidige generatie zal langer moeten doorploeteren dan hun ouders en grootouders en zal het dus in dit opzicht minder goed hebben.
Ten tweede wordt het beeld van een financieel onbezorgde oude dag aangetast. Ook al zo'n vanzelfsprekendheid. Stel dat verhoging naar 67 jaar onvoldoende soelaas biedt. Wordt de pensioenleeftijd dan verder verhoogd? Of gaat de AOW uitkering naar beneden? Het perspectief van zo'n hellend vlak verstekt de onzekerheid, en daarmee de angst en dus de weerstand tegen het optrekken van de pensioenleeftijd nog meer.
Cijfers
Je zou je kunnen afvragen of het, gelet op de grote maatschappelijke weerstand, wel verstandig is om zo'n controversiële maatregel door te drukken. Is er geen alternatief te bedenken?. Jawel, dat is er. Op dit moment werkt slechts minder dan de helft (48%) van de groep 55-65 jarigen en ligt de gemiddelde leeftijd waarop men stopt met werken op 61 jaar. In veel gevallen gaat het om vrijwillige uittreding zoals in het onderwijs waar 45% van de 56-61 jarigen in het onderijs gebruik maakt van de Fpu-regeling. Voorts is er een hele grote groep die onvrijwillig is uitgetreden uit het arbeidsproces, of zelfs nooit is toegetreden. We hebben het dan over mensen die een WIA- of een bijstandsuitkering hebben. Bij elkaar gaat het om ruim 1,1 miljoen mensen. Ter vergelijking, 2,7 miljoen mensen ontvangen een AOW uitkering.
Arbeidsparticipatie van vrijwillige en onvrijwillige uittreders genereert hogere belastingsinkomsten, terwijl er minder uitgaven nodig zijn. Evenals bij het verhogen van de pensioenleeftijd geldt dus dat het mes aan twee kanten snijdt. Het zou dus wel eens minstens zo effectief kunnen zijn om iets te doen aan de grote hoge (onvrijwillige) uitval. Daartoe staan twee wegen open.
Alternatieven
Enerzijds preventief beleid dat er op gericht is om arbeidsuitval te voorkomen door de arbeidsomstandigheden te verbeteren en het werkplezier te verhogen. Wanneer mensen het op hun werk naar hun zin hebben zullen ze ook langer door willen en kunnen werken.Anderzijds actief re-integratiebeleid dat er op gericht is om werknemers die onvrijwillig uitgevallen zijn weer snel terug aan het werk te krijgen. Veel arbeidsongeschikten, bijstandsgerechtigden (en ook langdurig werklozen trouwens) zouden met (aangepast) werk geholpen kunnen worden.Door een dergelijk tweesporenbeleid kan de balans van inkomsten en uitgaven voor sociale zekerheid beter in balans worden gebracht. Deze oplossing heeft bovendien het op zichzelf al nastrevenswaardige gevolg dat mensen langer gezond kunnen blijven werken.
Conclusie
Verhoging van de AOW-leeftijd leidt niet alleen tot onrust vanwege het vermeende onrechtvaardige karakter ervan en de onzekerheid die het met zich meebrengt: de maatregel lijkt ook wat overhaast en willekeurig gekozen. Immers er bestaat een alternatief dat minder weerstand oproept: verhoging van de arbeidsparticipatie van oudere werknemers en onvrijwillige uittreders!
