Organisaties moeten zich niet blind staren op medewerkers die ziek thuis zitten, maar moeten ook aandacht schenken aan diegenen die ziek naar hun werk gaan.
Een belangrijke les die we uit het onderzoek naar presentisme (aanwezig op het werk ondanks ziekte) kunnen trekken. Dat lijkt op het eerste gezicht misschien tegenstrijdig, want je zou toch blij moeten zijn met dergelijke "betrokken" medewerkers. Echter, deze blijdschap slaat al snel om in bekommernis wanneer men de cijfers laat spreken.
Waarschijnlijk is het u ook wel eens overkomen; u voelt zich niet helemaal lekker, maar gaat toch naar uw werk. Het opkomende griepje legt het af tegen uw plichtbesef. Of tegen uw welbegrepen eigenbelang. Immers, als u vandaag thuis zou blijven krijgt u later de rekening alsnog gepresenteerd. Misschien behoort u ook tot de bijna 1,3 miljoen Nederlanders tussen 25 en 65 jaar met een chronische ziekte of aandoening en moet u de afweging om wel of niet naar uw werk te gaan vaker maken dan u lief is. Hoe het ook zij, u zult doorgaans niet zo productief op uw werk zijn wanneer u zich niet helemaal lekker voelt, of het nu om een griepje gaat of om een chronische aandoening zoals migraine of astma.
In Europa gaat het bij presentisme enkel en alleen om productiviteitsverlies ten gevolge van ziekte of onwelbevinden. In de Verenigde Staten wordt een ruimere omschrijving van presentisme gehanteerd, waarbij de verminderde productiviteit centraal staat. Behalve door ziekte kan de productiviteit van werknemers ook zijn verminderd door andere factoren die de aandacht van het werk afleiden, zoals zorgen over de kinderen, een aanstaande vakantie, een verliefdheid, of een verhuizing. Met andere woorden, in Amerika wordt bij presentisme enkel en alleen gekeken naar productiviteitsverlies zonder op de oorzaak daarvan te letten, terwijl het in Europa bij presentisme gaat om productiviteitsverlies ten gevolge van ziekte of onwelbevinden. Dat laatste maakt het begrip wat makkelijker hanteerbaar.
Is presentisme nu of goed of slecht? Het antwoord hierop is niet zo makkelijk te geven. Op het eerste gezicht lijkt er weinig mis met medewerkers die hart hebben voor de zaak en ook op hun werk verschijnen als ze zich een beetje ziek voelen. Een aanwezige werknemer is altijd beter dan een werknemer die ziek thuis zit, toch? Maar in sommige gevallen is ziek op het werk verschijnen toch niet zo'n goed idee. Denk bijvoorbeeld aan de Mexicaanse griep die er aan komt. Zit u te wachten op een collega die hoestend en proestend door de gang loopt, al dan niet met een mondkapje? Natuurlijk niet. Zeker bij besmettelijke ziekten (en bij ca. 50-60% van het ziekteverzuim gaat het om besmettelijke ziekten zoals; verkoudheid, griep en maag-darm klachten), is het beter thuis te blijven.
Uit een recent gepubliceerde Zweedse studie blijkt dat presentisme een risicofactor vormt voor toekomstig verzuim. De Zweedse onderzoekers berekenden dat werknemers in overheidsdienst die aangaven dat ze het afgelopen jaar 2-5 keer ziek naar hun werk waren gegaan 18% meer kans hadden om het komende jaar langer dan 30 dagen ziek thuis te zitten in vergelijking met diegenen die helemaal niet of slechts één keer per jaar ziek op hun werk verschenen. Dat percentage steeg naar 40% wanneer men het afgelopen jaar meer dan 5 keer ziek naar het werk was gegaan.
Werknemers uit de privé-sector die 2-5 keer ziek naar hun werk gingen hadden een 11% hogere kans op langdurig ziekteverzuim het jaar daarna, terwijl dat percentage tot boven de 50% steeg bij meer dan 5 keer. Met andere woorden, het is niet zo'n goed idee om ziek op het werk te verschijnen. De prijs daarvoor wordt (letterlijk) later betaald, zowel door de werknemer als door de werkgever. En die rekening valt nogal duur uit.
Presentisme kan gemakkelijk worden gemeten. Namelijk aan de hand van de vraag: "Hoe vaak is het de afgelopen 12 maanden voorgekomen dat u naar uw werk ging ondanks dat u zich ziek voelde". Uit het bovengenoemde Zweedse onderzoek kwam naar over dat 41% van de overheidsdienaren 2-5 maal ziek per jaar op het werk verschenen en 18% meer dan vijf maal. Voor werknemers uit de privé-sector was dit wat minder: resp. 33% en 13%. Wellicht hangt dit samen met het feit dat vooral werknemers in de welzijns- en gezondheidszorg en in het onderwijs "lijden" aan presentisme, zoals ook blijkt uit ander onderzoek.
Evenals ziekteverzuim kost presentime geld. Het gaat immers per definitie om productiviteitsverlies; zieke medewerkers zijn nu eenmaal minder productief dan wanneer ze gezond zijn. Een aantal jaren geleden is dit uitgezocht voor de multinational Dow Chemical Company en het bleek dat de kosten voor presentisme $6721 bedroegen voor de gemiddelde werknemer tegen $661 voor ziekteverzuim. Met andere woorden Dow Chemical was ruim tien maal zoveel geld kwijt aan productiviteitsverlies van zieke medewerkers die wel aan het werk waren vergeleken met hen die niet aan het werk waren. Dit komt natuurlijk omdat er veel meer mensen ziek op het werk verschijnen dan er daadwerkelijk verzuimen. Naar schatting ligt de frequentie van presentsime 15 tot 50 maal hoger dan die van ziekteverzuim.
Interessant is verder dat de grootste productiviteitsverliezen bij Dow Chemical werden geleden door werknemers met psychologische problemen (depressie en angst), gevolgd door ademhalingsproblemen en migraine. Deze "oorzaken" van presentisme komen ook elders steeds weer naar voren. Het zou wel eens zo kunnen zijn dat werknemers het moeilijk vinden om juist vanwege psychologische redenen te verzuimen en daarom toch maar naar hun werk gaan. Echter, gelet op de kosten die daarmee gepaard gaan in termen van productiviteitsverlies, bewijzen ze hun baas daar geen dienst mee. Integendeel. Behandeling zoeken lijkt een betere en ook meer kosteneffectieve oplossing!
Wilmar Schaufeli
